Goede kleding ruilen: spannend, gezellig én duurzaam

Twee keer per jaar verandert wijkgebouw de Open Hof in Harderwijk in een grote kledingkast. Jurken en jassen hangen op maat aan rekken, kindershirts en broeken verdwijnen in bakken en ondertussen wordt er gepast, gezocht, koffiegedronken en gekletst. Kledingruil Harderwijk is een initiatief van de vriendinnen Sanne van Ommen (46) en Mattanja van Veen (44). Onder het motto: waarom iets nieuws kopen als er al zoveel moois bestaat?

Op de drukste momenten staat de rij tot buiten. Mensen komen binnen met een bigshopper vol kleding en lopen eerst naar de plek waar die wordt ingenomen. Terwijl vrijwilligers de kleding razendsnel op maat sorteren, kan de lege tas meteen weer mee de zaal in. En daar begint het zoeken. Een winterjas, een blouse, kinderkleding, schoenen of misschien nét dat ene jurkje waar iemand anders op uitgekeken was. Wie geluk heeft, loopt met een tas vol nieuwe aanwinsten weer naar buiten. Zonder een cent te betalen. ‘Het gaat erom dat kleding weer gedragen en gebruikt wordt’, zegt Mattanja.

Kledingruil Harderwijk bestaat zo’n zeven jaar. Sanne en Mattanja kennen elkaar vanuit de kerk en werken beiden in het onderwijs. Steeds vaker gingen hun gesprekken over begrippen als duurzaamheid en rentmeesterschap: hoe ga je zorgvuldig om met wat je hebt en met de aarde?

In diezelfde periode werden kledingruilfeestjes populair. Met een groep vriendinnen bij elkaar komen, allemaal kleding meenemen die je niet meer droeg, passen en vervolgens met iets anders naar huis gaan. Sanne en Mattanja vonden dat leuk. Maar zouden ze zoiets niet groter kunnen aanpakken? Sanne had tijdens een bezoek aan Keulen een kledingruil gezien waarbij deelnemers met een bigshopper werkten. Dat idee namen ze mee en zo puzzelden ze verder.

Tiende editie

In mei 2019 vond de eerste kledingruil plaats. Sindsdien is er zo’n twee keer per jaar een editie: één in het voorjaar en één in het najaar. Alleen tijdens de coronaperiode lag het even stil. De komende editie – op zaterdag 21 november - wordt alweer de tiende.

De eerste keren waren kleinschalig. De kleding werd bij Mattanja thuis ingezameld. Vooral mensen uit de kerk kwamen erop af. Inmiddels is Kledingruil Harderwijk breder bekend en vinden steeds meer Harderwijkers de weg ernaartoe. Dat gebeurt via mond-tot-mondreclame, sociale media en lokale publiciteit. Sommige bezoekers komen iedere editie terug.

Ook de werkwijze veranderde onderweg. Aanvankelijk mochten mensen veel kleding brengen. Wat niet werd meegenomen, zou naar een goed doel gaan. Ja, sympathiek. Maar ‘t pakte anders uit dan gehoopt.

Enorme stapels

‘Het werd een beetje een dumpstore’, vertelt Mattanja. Mensen konden zogenaamd met een gerust hart grote hoeveelheden kleding wegbrengen, want het ging daarna toch naar een goed doel. Maar na afloop bleven Sanne en Mattanja met enorme stapels zitten. Dus dat moest anders.

Nu geldt een maximum: bezoekers mogen één bigshopper met goede kleding inbrengen. Die kleding moet schoon, netjes en echt nog draagbaar zijn. Vervolgens mogen ze hun tas weer vullen met kleding die een ander heeft meegebracht. Wie een jas brengt, hoeft niet per se een jas terug te nemen. Het gaat om geven, zoeken en opnieuw gebruiken. En die aanpak werkt prima. Bij de laatste editie bleef er nauwelijks kleding over.

Inmiddels zijn ze met het event verhuisd naar de Open Hof in Stadsdennen. De ruimte hoort bij hun kerk en kan gratis worden gebruikt. Dat is ideaal. Er zijn kledingrekken en zitjes en er is voldoende ruimte om alles op maat uit te stallen. Een vast kernteam van zo’n zeven of acht mensen helpt mee met innemen, sorteren en ophangen.

Zwemkleding en slippers

Kinderkleding gaat in bakken, dames- en herenkleding aan rekken. Ook schoenen en andere accessoires krijgen een plek. Afhankelijk van het seizoen liggen er bijvoorbeeld zwemkleding en slippers tussen.

Ook jongeren weten de kledingruil steeds beter te vinden. Vooral de meisjes, legt Mattanja uit. In de afgelopen jaren is dat beeld echt veranderd. Tweedehands is niet meer suf of zelfs armoedig. Vintage is ongekend populair en jongeren vinden het juist leuk om iets bijzonders te ontdekken.

De Kledingruilbeurs kan dus behoorlijk druk zijn. Toch proberen ze het ontspannen te houden. Met eerst een kop koffie en een praatje, en dan lekker speuren. Ja, juist dat uitzoeken is leuk en spannend, vertelt Sanne lachend. Ze draagt zelf veel tweedehands kleding en koopt al sinds haar studententijd in kringloopwinkels. ‘Ik hou ervan als iets anders is dan anders. Niet die eenheidsworst. Dat maakt het vinden juist interessant.’

Duurzame merken

Mattanja zit iets anders in elkaar. Zij koopt liever iets nieuws, maar kiest graag kleding van duurzame merken die langer meegaat. Sommige kledingstukken draagt ze al tien jaar, vertelt ze. Hun eigen levensstijl verschilt dus. En dat vinden ze eigenlijk wel prettig. Want duurzaamheid hoeft voor hen niet te betekenen dat je ineens alles perfect moet doen.

Het gaat om bewustwording. Eerst kijken wat je al hebt. En misschien kan iets gerepareerd worden, kun je het lenen, of tweedehands vinden. Want aan tweedehands kleding is bepaald geen tekort. ‘We hoeven niet meer te denken: we sturen onze overtollige kleding wel naar arme mensen’, zegt Mattanja. ‘Het is veel waardevoller om die keten te veranderen.’ Of zoals Sanne het zegt: ‘Gewoon veel minder nieuw kopen.’